Een nacht van ganzen
Het was een nacht, dacht ik,
dat er ganzen overvlogen.
Dat was het ja: een maanloos zwarte nacht
met op de sterren schaduwen
als op een prent van Escher,
waardoor ik wist dat wat ik daar niet zag
de ganzen was.
Dat was de nacht dat ik, ver boven me, de stilte voelde:
een onhoorbaar glijden
als het eenzaam zwijgend gaan van ochtendroeiers
die in doelgerichte vaart
hun riemen door het onberoerde water halen.
Ik keek daardoor omhoog,
en wist dat wat ik daar niet hoorde
de ganzen was.
Dat was die zwarte nacht, ja.
Maanloos stil.
Met een schimmig zwijgend schijngestalte
dat de ganzen was.
Dat was de nacht waarin ik zo graag bij je wilde zijn.
Maar onzichtbaar als de ganzen,
stiller dan hun desolate gaan,
onbereikbaar als de nieuwe maan, wist ik,
was jij.
Jelmer Jellema
Ugchelen, februari 2009
© Jelmer Jellema

