Fabuleux Destin
Aan de oude man
die aan het begin van “Amélie”
het adres van de zoveelste dode vriend
uit zijn boekje gumt:
count your blessings man!
Gewoonlijk gummen wij niet pas
als we met eigen branderige ogen
over zijn graf gebogen
ons een blik hebben gegund
op het bewijs van permanent verscheiden
en we beseffen dat hij,
hoewel nog in ons oude hart,
niet langer op een postcode verblijft,
want brieven naar De Einder,
graf A.L. negen vijf acht
komen altijd weer retour.
In de regel gummen wij gewoon alvast
zodra we zeker weten dat we nooit
maar dan ook nooit
met zulke ogen, met dat hart
in zijn graf gaan turen,
dat we hem nooit
maar dan ook nooit meer gaan bezoeken,
spreken, kaartjes sturen
laat staan in welke vorm dan ook
ons leven delen
omdat hij ons,
en / of wij hem,
al lang niet meer een moer kan schelen.
Jelmer Jellema
Ugchelen, februari 2009
© Jelmer Jellema

