Nabeeld
Na de schok zit je rechtop
en is hij stil de nacht
Hoewel stil
Er is het stoempend kloppen van je hart
waardoor je kokhalst en geschrokken nog naar adem hapt
Je hand trilt ongericht bij het moeizaam vegen van het zweet
en al het uit je droom beklijvend zwart van je gezicht
Je naarstig staren naar het nabeeld raakt verdwaald
Je noeste zoeken mist zijn doel
Je huiverige blik naar buiten wordt verblind
door duister tegenlicht
De laatste in de leegte stralende contouren
dijen uit vervagen en verdunnen zich
Ze blijven reeds verdwenen nog in beeld
als bij het kijken naar een bliksemschicht
Je gedachten zijn nog hees
van het doodgezwegen ingebeelde gillen
om zeg een in een zee van kreten spartelend verdrinkend kind
en je uitbundig rillen in een mix van koude hete wind
als bij de uitgang van de V&D
is om de kilte af te houden die je geest bekruipt
en om het tegendeel
het gloeien van je huid
Je weet ook wel
dit valt nog mee
is irreëel en bijkans gepasseerd
maar de cadans van nachtelijke angsten
geeft nochtans geen tijd voor nonchalance
Je hebt te kampen met een werkelijkheid
die zich gelijk manifesteert
aan beide zijden van de scheidingslijn
Het is de omgekeerde ijshoofdpijn
Je denkt een dode kat te zien
Het blijkt een plastic zak die net zo goed
een dode kat had kunnen zijn
Jelmer Jellema
Ugchelen, maart 2009
© Jelmer Jellema

