Winter
Volg me niet naar waar de winter waart.
Het zand is er bevroren.
Aan de stilte van mijn stappen kun je horen dat ik loop
waar jij niet lopen moet.
Blijf binnen jij, en wacht. Wacht stil.
Lees een boek.
Drink een kopje thee.
Zap wat. Probeer iets anders te verzinnen.
Doe wat je wil, maar wat je ook doet:
blijf binnen.
Schenk vooral geen aandacht aan de bloemen op het raam
en let niet op de tijd.
Denk niet aan mij
want waar ik ben vergaan gedachten toch tot rijp
voor ze me kunnen raken.
Grijp alles aan dat jou het wachten makkelijker kan maken.
Maak desnoods ongecompliceerd plezier, en wees niet bang:
je onontkoombaar laatste adem kan je hier,
dankzij de kou,
te zijner tijd heel rustig weg zien zweven.
Zo kan je zelfs nog even zwaaien naar het leven
voor het ijler wordt.
Doe jij voor nu in elk geval de deur maar gauw op slot!
Blijf binnen, sluit je lijf en zinnen op.
Neem een kopje thee. Pak je boek. Kijk gedachteloos tv.
Aai de kat tot spinnens toe en wacht.
Verwacht me elke nacht.
Zet elke avond koffie. Leg een zakdoek klaar.
Zet de haard in lichterlaaie. Steek kaarsen aan. Kleed je uit.
Maak een bad. Vul het bed met kruiken. Wacht!
Smacht naar het moment waarop ik klappertandend binnenval
en je me volgen mag
naar buiten.
Jelmer Jellema
Ugchelen, januari 2009
© Jelmer Jellema

