Voorjaarsliedje
De sneeuw waarin ik steeds je naam schreef is verdwenen
Over de modderige paden heerst nu dag en nacht de dood
Het mos is er bedompt
Er is niet langer plaats op de ontdooide balustrades langs de sprengen
voor zelfs maar eenmaal jou
Je acht schamele letters blijken na hun honderdvoudig smelten
voor beklijven ongeschikt
Dat wat je niet schrijft verdwijnt
Je “corps et âme” gedijt niet in het aanstormende lentelicht
Je terneergeslagen ogen glijden over de bladeren van varens tot de bodem
Naar de droogte druppelen wijlen mijn dromen
Woorden dwarrelen en laten los
Naamloos leeg nu alle plaatsen in het bos
Jelmer Jellema
Ugchelen, maart / mei 2010
© Jelmer Jellema
Ontvang nieuwe gedichten en nieuws in uw mailbox: word lid van de nieuwsbrief.

