GEBED

I

Je hebt me verlaten maar ik heb het je vergeven

want ik heb het zelf gedaan

En al die uren dat ik ons zie staan

Een droombeeld! Ik mag het niet vergeten.

De wolken blijven zweven

Het leven

Het leven.

Wij hand in hand door kalme straten.

Verdomme, kijk me aan.


En zoals de goden dan langzaam tot ons zullen komen

de engelen met open armen

een gouden aura zich aan hun aureool verhangend,

zo zijn ook wij.

Apotheotisch overwonnen in een schijn uit Niemendal

klimmen we omhoog uit ons riool

om onbeholpen heilig kunnen wezen

en onbehouwen uit te willen leven.

Bless you, Bless me, Bless this stinking world.


Onvoorwaardelijk goed te kunnen zijn

is onlosmakelijk verbonden met de cyclische pijn

van epicurisme. Het periodieke fatalisme ten top!

En klim erop, en klim erop!

Wat daarop volgt: een vreselijk dal!

En heb je nou bereikt?

Ben je nou gelukkig?


Kijk, hier volgt een statement om nooit meer te vergeten

want ik heb het zelf gedaan:

Mijn droombeeld, kijk me aan.

Slechts eenmaal kon ik onvoorwaardelijk van iemand houden

en jij bent weggegaan

en jij hebt het gedaan.

Ik kan niet langer wachten

maar ik zit en zit te smachten naar een stukje stoïcisme.

Waarheid en tijd voorbij.

Geen hartstocht meer voor mij.


II

Onze-Lieve-Heer, mijn Godin,

is niets dan een waanbeeld van de weifelende geest

wanneer het feest van periodes

ons ten gronde keert.

Maar heb ik wel geleerd en alle tijden verder wenen?

Want huilen is mij onbekend.

ik ben een man, een man

een harde vent.

Maar niet voor jou.

 

En God heeft mij de rug gekeerd,

zodat ik een Godin moest hebben.

Heiligheid, o heiligheid.

Onbereikte onbereikbaarheid.


En zo vissen zij dan verder

de regelmatigheid van represailles

de wraakgodinnen van mijzelf.

Want wie wordt anders op de bek geslagen?

En het eeuwige vertragen van het lot

is mij niet onbekend dus weifel nu niet langer.

De lucht

de wolken

de verlaten straten.

Kijk me aan: De wereld

is zwanger van ons bestaan.

Zeg niet dat je dat niet in de gaten hebt.

Want ooit zal ik je verlaten

achterlaten

verder gaan.

Maar nu, mijn liefste,

is er niets dan een wereldlijk

te verachten schijnbestaan.

 

Dus neem mijn hand, we gaan de sterren stelen!

En ditmaal gaan we eerlijk delen.

 

Jelmer Jellema

Amsterdam, januari 1993

© Jelmer Jellema

"Waarom het nu anders is" niet door in nationale gedichtenwedstrijd
Jelmers gedicht Waarom het nu anders is heeft de laatste honderd van de nationale gedichtenwedstrijd 2009 niet gehaald. Het gedicht was uit meer dan 15 duizend inzendingen wel (met zijn zesduizenden)...

Lees verder

Word lid van de nieuwsbrief en ontvang bericht van nieuw geplaatste teksten en ander nieuws. Klik hier.

Volg Jelmer op Twitter

© Jelmer Jellema
Alle gepubliceerde teksten vallen, tenzij anders vermeld, onder het auteursrecht van Jelmer Jellema. U mag deze teksten niet publiceren of verspreiden zonder zijn toestemming.