Verlegenheid
Je bent gekomen om te doden.
Dus ik wacht en leef mijn tijd al zoekend naar een spiegelbeeld
van deze platte evenredigheid
mijn eerdere verderf verlatend.
En waarom zou ik woorden sparen?
Toch zing ik geen gedichten maar blijf stil.
De onbedaarde klanken die ik alsmaar zingen wil zijn ongepast.
Twee dagen manische verlegenheid
Two magic days
En gedwee loop ik, Lazarus II, met je mee
Zo gedwee
Ik kan niet liegen dat ik barst
maar mijn volledigheid is ver te zoeken.
Ik neem je enkel langzaam mee
en toon je alle ronde hoeken van mijn land:
Gelegen in mijn hand zijn hier de bergen en de zee.
De dromen en de wensen.
Een aureool voor alle mensen.
Geweld.
Geweten.
Poëzie.
Gelegen in mijn land zijn hier mijn bergen en de zee.
Een ongevulde leegte.
Een briefje:
Neem me mee.
Jelmer Jellema
Amsterdam, februari 1994
© Jelmer Jellema

